03/02/2012 - Brugpensioen: indexering van de bedragen op 1 februari 2012
Sinds 1 januari 2012 is de notie van brugpensioen vervangen door die van stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Omwille van de terminologische eenvoud behouden wij de benamingen 'brugpensioen' en 'bruggepensioneerde'.
Op 1 februari 2012 werden de sociale uitkeringen geïndexeerd met 2%. Ten gevolge van deze indexering worden de volgende bedragen aangepast vanaf 1 februari 2012:
• het bedrag van de aanvullende brugpensioenvergoeding en van de werkloosheidsuitkering;
• het referteloon voor de berekening van de brugpensioenvergoeding;
• de drempels voor de inhouding van de bijdrage van 6,5 % te laste van de bruggepensioneerde.
1. De brugpensioenvergoeding en de werkloosheidsuitkering
De indexering van de sociale uitkeringen op 1 februari 2012 heeft zowel een weerslag op de werkloosheidsuitkering als op de wettelijke aanvullende vergoeding brugpensioen. Deze bedragen moeten worden geïndexeerd met 2%. Voor de buitenwettelijke aanvulling verwijzen we naar de inhoud van de individuele of collectieve overeenkomst betreffende het brugpensioen en het overeengekomen indexeringssysteem.
Het maximale (maand-) bedrag van de werkloosheidsuitkering bedraagt dus vanaf 1 februari 2012:
Categorie bruggepensioneerde
|
Maximaal bedrag van werkloosheidsuitkering
|
Aanvang brugpensioen vanaf 01.01.2007
|
€ 1.223,56
|
Aanvang brugpensioen vanaf 01.01.2002 maar vóór 01.01.2007
|
€ 1.201,98
|
Aanvang brugpensioen vóór 01.01.2002
|
€ 1.140,88
|
Halftijds bruggpensioneerde
|
€ 395,20
|
2. Referteloon
Het maximaal in aanmerking te nemen brutomaandloon voor de berekening van de aanvullende vergoeding brugpensioen bedraagt vanaf 1 februari 2012:
Voltijds brugpensioen
|
Halftijds brugpensioen
|
€ 3.697,61
|
€ 1.848,80
|
3. Drempels voor de bijdrage van 6,5 %
Het brugpensioen (werkloosheidsuitkering + brugpensioenvergoeding + eventueel buitenwettelijke aanvullende vergoeding) wordt niet onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen. Er gebeurt een sociale inhouding van 6,5 % op dit bedrag die bestemd is voor de RSZ. Ze wordt berekend op het totaatbedrag van de werkloosheidsuitkering en de (wettelijke en buitenwettelijke) brugpensioenvergoeding en wordt ingehouden door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding.
De toepassing van die inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het brugpensioen onder bepaalde drempels zakt. Sinds 1 februari 2012 zijn de drempels voor de toepassing van die inhouding in geval van voltijds brugpensioen (cao nr. 17) of halftijds brugpensioen (cao nr. 55) als volgt bepaald:
Bruggepensioneerde zonder persoon ten laste (/maand)
|
Bruggepensioneerde met persoon ten laste (/maand) (1)
|
Cao nr. 17
|
Cao nr. 55
|
Cao nr. 17
|
Cao nr. 55
|
€ 1.329,23
|
€ 664,61
|
€ 1.601,08
|
€ 800,54
|
(1) Het begrip “persoon ten laste” (in de zin van de werkloosheidsreglementering) wordt exclusief bepaald door de RVA op basis van een document dat wordt overgemaakt aan de werkgever en waarvan een kopie aan ons moet worden bezorgd. Zoniet wordt verondersteld dat de bruggepensioneerde geen personen ten laste heeft.
|
N.B. De inhouding van 6,5 % wordt beperkt of niet gedaan indien de (totale) toepassing ervan tot gevolg heeft dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding lager is dan het hierboven vermelde minimumbedrag volgens de gezinslast.
Geschreven door
:
Peggy Criel - Legal Department